© Jonathan Ramael

"Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten"

- Willem Kloos

LOCATIE

Willem Klooslaan, kruispunt met Le Corbusierlaan

MATERIAAL

Brons

BEKENDE ANTWERPENAAR 

Danielle Dierckx

Algemeen coördinator volksschouwburg
De Roma in Borgerhout

Benieuwd? 

Lees de tekst van Danielle Dierckx

in het boek 'Citaat op Straat'.

Aanvankelijk was er op Linkeroever geen Willem Klooslaan maar een Willem Kloosplein, namelijk het pleintje achter het ventilatiegebouw van de Waaslandtunnel. In 1979 werd dat omgedoopt tot het Imalsoplein en de Nederlandse dichter verhuisde naar de riante verkaveling ten westen van de Vermeylenlaan. De Willem Klooslaan is nu vooral bekend door de befaamde oogkliniek van dokter Goes.

 

De in Amsterdam geboren Willem Kloos (1859-1938) was in zijn tijd een grote vernieuwer en fervent aanhanger van het begrip ‘kunst om de kunst’ (l’art pour l’art). Voor hem moest poëzie de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie zijn. Hij was de voorman van de Tachtigers, die de heropbloei in 1880 van de Nederlandse literatuur inluidden. Samen o.m. met Frederik van Eeden stichtte hij het tijdschrift De nieuwe gids  waarvan hij tot zijn overlijden redactiesecretaris zou blijven.

 

Vanaf zijn dertigste leefde Willem Kloos als een verlopen bohémien en raakte hij aan de drank. Zijn sonnetten ademden in die periode een diepe melancholie uit. Het besef dat anderen hem voorbijstreefden en ook maatschappelijk hogerop geraakten, uitte zich in een rancune die zich pathologisch manifesteerde in zijn Scheld-sonnetten.

 

Zijn kritieken werden breedsprakerig en zelfoverschatting was hem niet vreemd. Toen er geruchten gingen over zijn homofiele aanleg werd zijn morele integriteit een punt van discussie. Toch wordt nu algemeen erkend dat Willem Kloos vooral tussen zijn 20ste en 30ste levensjaar een baanbrekende rol speelde in de Nederlandse literatuur.

 

Het gekozen citaat, de beginregel van Sonnet V, lokte bij het verschijnen ervan in 1894 een heftige polemiek uit. Sommigen noemden het zelfs godslasterlijk. Maar Kloos had ‘een God’ geschreven en niet ‘God’. Hij wou vooral aangeven dat de dichter een autonome schepper is en almachtig troont in zijn gedachtewereld. Nu wekt de zin nog nauwelijks weerstand op.

- Geschreven door Hugo De Ridder

A+.jpg

Citaat op Straat

© 2018 ALO vzw en district Antwerpen

  • White Facebook Icon
  • White Instagram Icon