Je straatnaam

is een houvast

- Hugo De Ridder

Je straat, een minuscuul lijntje op de wereldkaart, een stipje op Google Earth. Hoe dikwijls heb je die straatnaam al achteloos neergeschreven op formulieren, op hotelfiches, hem gespeld door je telefoon, getikt, gedrukt, geprint. Die straatnaam is een houvast, een deel van je identiteit. Je staat er nooit bij stil. Elke straat waarin je woont of gewoond hebt, wordt in jouw geschiedenis een oord van herinnering, soms ook een oord van feiten. Het ouderlijk huis met  de bijhorende gevoelens en fantasie staat in een welbepaalde straat. De weg daarheen, de deur, de gevel liggen voor de rest van je leven in je geheugen opgeslagen.

 

Van straat veranderen is veelal breken met routine, een afscheid van een verleden, een uitzicht op een toekomst. Het kan zowel in opgaande als neergaande lijn. Je kennissen en vrienden zullen je erop beoordelen. Wie van een straatje naar een laan trekt, zit goed. Wie van een boulevard verhuist naar een steeg heeft een probleem. Je levensfases zijn dikwijls verbonden met een straatnaam: toen woonde ik nog daar of daar… En naarmate je ouder wordt, zal die straat meer en meer je perspectief en zelfs je einder worden. Een straatnaam is ook handig als bijkomende identificatie: “Ja, Maria van de Halewijnlaan. Neen, niet Gerard van de Beatrijslaan, maar die van het Vlaams Hoofd. Bij je kennissen is er altijd wel een Maria van de Lindelei of een Guido van de Pothoek. Hun echte familienamen ontsnappen je telkens weer, maar niet de straat waarin ze wonen.

 

Als je van iemand een brief of adreskaartje in handen krijgt, gaat onvermijdelijk je verbeelding werken. Bloemen- of bomennamen doen denken aan groene villawijken, beroepen en ambachten aan verouderde stadskernen, koningen en generaals aan deftige straten met de patine van de geschiedenis

tegen de voorgevels. Namen van ministers en burgemeesters roepen dan weer de discrete charme van het burgerhuis op. Maar je kunt je lelijk vergissen. Uit onderzoek blijkt dat vele stedelingen niet meer weten waaraan hun straten hun naam te danken hebben. Samen met het historische besef verdwijnt de nieuwsgierigheid naar het verleden. Ook de auto speelt daarin een rol. Een wandelaar wil nog wel eens het straatnaambord spellen, de automobilist blijkt geen 10% van de straten te kennen waarlangs hij raast. Het vertrek en de eindbestemming kent hij wel. Daartussen liggen trage en snelle verkeersaders en de warme stem van de gps-vrouw.

 

Toch kunnen straatnamen veel oproepen in het collectieve geheugen. Rijkdom en luxe: Champs-Elysées, Fifth Avenue, La Croisette, de Meir, Avenue Louise, Wall Street… Een film, een lied: Penny Lane, Ipanema, Via Veneto, Pigalle, Copacabana, Sunset Boulevard… Politiek: Wetstraat, Binnenhof, Downing Street, Quay d’Orsay, Rode Plein, Unter den Linden. Of gebeurtenissen: met Nieuwjaar springen we in de fontein van Trafalgar Square, in de zomer luisteren we naar de beiaard in de Vlaeykensgang, kuieren we over de Ramblas of showen we onze nieuwe auto op de Place m’as tu vu in  Knokke. En voor de revoltes trekken we uiteraard naar de Place de la Bastille, de Boul’Mich of het Tahri- en Tiananmenplein.

 

Op de Antwerpse Linkeroever geven meer dan 60 schrijvers, kunstenaars en romanfiguren aan de straten en hun bewoners iets chics, iets cultureels. Precies om de culturele en toeristische aantrekkingskracht van Linkeroever op te waarderen en de bewoners informatie te verstrekken over de personen

of personages naar wie hun straat is genoemd, vatte het Actiecomité Linkeroever (ALO vzw) het plan op om bekende citaten van schrijvers in het straatbeeld aan te brengen.

Het

Linkeroevergevoel

- Hugo De Ridder

Linkeroever? Ja, dit territoir heeft iets artificieels. Ja, het oogt als een slaapstad, een uitstalraam van bouwstijlen, een gemiste kans, een geordende chaos. Toch zie ik het als een ruimte waar vrije geesten gedijen, waar mensen uit de vier windstreken van land en buitenland een veilige haven vonden en hun problemen zelf oplossen.

 

Kijk, het ligt er als een bruggenhoofd, aan drie kanten omarmd door de stroom, een volle boezem afgerand door de Schelde, veel wind, brede lanen met zuiderse platanen, een plaats die vrije tijd en ontspanning oproept. Wandelen kun je van weel tot plage, van Boudewijnmonument tot Blokkersdijk.

 

Het stedelijk patroon aan de overkant ontrolt zich panoramisch met als trotse , doch frêle wachter de kathedraaltoren, een opstaand kantwerk, een geestelijk bouwwerk uit de middeleeuwen, dat schijnt te spotten met de plompheid van de zevenhonderd jaar jongere boeren- en politietorens. Verderop voorbij de jachthaven en molen komt de confrontatie met de ambigue schoonheid van de petroleumhaven, haar hoogbrandende rosse fakkels en drijvende stoomnevels die ’s avonds de discoverlichting op buizenstellen en pijpen af en toe versluieren.

 

In het hart van linkeroever ligt de waterloze middenvijver, een plein van één miljoen vierkante meter, dat je in alle richtingen kon doorkruisen met telkens een wisselend landschap en aan de randen een beginnend bos, waar je nog niet op aangelegde paadjes moest lopen. Zo’n plein, meer dan honderd keer groter dan de Groenplaats, snijdt de bewoners van het Schoon Verdiep op de ‘Grote’ Markt de adem af, maakt ze ademloos. Zoveel ruimte is verspilling, ze moet dringend worden opgevuld met een universiteit, een stadion, een gevangenis, waarom geen piste voor motor- of squadwedstrijden? Een permanent festival? Of beter nog een immense parkeerplaats waar internationale vrachtwagens aanschuiven voor de tolkantoren.

 

Verdienstelijk en fraai is de aanleg van het westelijk deel van dat plein, het  prille groen vecht een pittige strijd met de opgespoten ondergrond, Maar in de onmiddellijke buurt zal de natuur weer worden opgewoeld, vernietigd om de Vlaamse magaziniersdroom – excuseer: de logistieke roeping – in vervulling te laten gaan. Wat meer dan een halve eeuw nodig had om te ontluiken zal worden platgewalst en ondergeschoffeld. De kleuters van nu zullen als gepensioneerden hopelijk van de weldaden van de herbebossing kunnen genieten. In afwachting kunnen ze spelen en vrijen in de lommerrijke en stille dreef die nu de meest majestueuze toegangsweg naar de Metropool vormt maar eindigt in een benepen tunnel.

 

Waarom moeten wij naar de rechteroever van onze stad door grote en kleine mollenpijpen. Het heeft iets stiekems. Langs tunnels sluipen minnaars naar hun minnaressen, ongeliefde machthebbers naar hun afgegrendelde nissen in kerk of parlement. Wanneer eindelijk de brug over de stroom als een uitgestoken hand, als een signaal dat Linkeroever erbij hoort, als een teken van verzoening en niet van verdeeldheid zoals de Lange Wapper?

 

Water en wind, vrijheid en ruimdenkendheid en daarbovenop een adembenemend zicht op de Antwerpse skyline, dàt moet volgens mij het linkeroevergevoel blijven En geloof me, het werkt aanstekelijk op iedere bezoeker die zichzelf op enkele uurtjes wandelen op ‘onze’ kant van de stroom trakteert.

A+.jpg

Citaat op Straat

© 2018 ALO vzw en district Antwerpen

  • White Facebook Icon
  • White Instagram Icon